|
De Capuchon
Bovenaan hoor ik
Hoe beneden de
stilte
Van schuifelende
voetjes
Vertellen hoe
verboden de treden die ze nemen zijn
Met mijn tred
verstoor ik
De ijzige kilte
Worden momentjes
de zoetjes
Waarmee zelfs
citroenen te eten zijn
Maar dan is er
de capuchon
Waarmee iedere
blik
Van herkenning
Verdrinkt in de
nacht
De glimlach is
op de bon
Opgesloten in
een blik
Waardoor
erkenning
Iets blijft
waarop ik wacht
Tenzij de
capuchon heeft verteld
Van de link
tussen lang geleden
En de waarheid
van vandaag
Waarover ik het
toen al had
En spreek je,
weliswaar bekneld
Tussen nu en het
verleden
Voor erkenning
nog te vaag
Toch over de
waarheid van mijn pad
’t schrijvertje
Uitgeverij
Roots ©
|