|
|
|
|
||||||||||||||||||||
|
|
Mensje in de
mens Zachtjes
strijkt de wind door mijn haren over mijn wang Zo zachtjes dat ik aan je denk Het is je
troost die van mijn onrust wint zoals een hart
een “ziel” zal bewaren Dan is een
vrije vogel niet bang zelfs niet
tegenover een legertank Met verdronken
weerbaarheid Lijk jij
overboord gegooid Wat dan nog
over is, is jouw vrezen Je angst die
jouw onmachtsgevoel vergroot Kapotgeschoten in
weerloosheid Leeggezogen en
weggegooid Toch plotseling
uit de stille dood herrezen Och liefde, wat
ben je groot Schrijvertje ©roots |
|
||||||||||||||||||||
|
|
|
|
'); //-->